Het tikkie van vrijdag zes uur

Vrijdag 23 mei, zes over zes. De telefoon trilde op de keukentafel, naast de gesneden appels voor de taart. Ik had hem daar neergelegd om er niet naar te kijken. Toch keek ik.

Nick had een betaalverzoek gestuurd van vijfentwintig euro. “Oma, stuur je €25? Ik betaal terug van zakgeld 😊”

Meer niet. Ik was die dag tweeënzeventig geworden.

Een jaar eerder was het begonnen, in september. Nick had me een tikkie van twintig euro gestuurd. “Oma, ik moet naar de training in Zwolle, mama heeft geen kaart bij zich.” Ik betaalde meteen. Een jongen van vijftien mag zijn eigen dingen hebben.

De volgende dag belde Linda. Ze zei niets over Zwolle, niets over een training. Ik vroeg nergens naar. Een week later, vrijdag zes uur, kwam er weer een betaalverzoek. Daarna weer. Na een maand was het vaste prik: elke vrijdag om zes uur, vijfentwintig euro, met dezelfde zin over zakgeld.

Na een halfjaar stopte ik met doen alsof ik geloofde dat hij het terugbetaalde. Na een jaar stopte ik met doen alsof ik niet wist waarom hij schreef.

Mijn AOW was genoeg voor de huur, de apotheek en de boodschappen bij de Dirk van den Broek. Vijfentwintig euro per week kon eraf. En Nick schreef tenminste. De andere drie kleinkinderen stuurden met kerst een kaart via de post en verder niets. Nick schreef elke week. Dat was contact, hield ik mezelf voor.

Rina, met wie ik op dinsdag watergymnastiek deed in zwembad De Scheg, zei op een ochtend boven de koffie: “Greet, hij melkt je als een koe. Zie je dat niet?”

“Hij is zestien. Jongens hebben geld nodig. Jij ziet je kleinkinderen eens per half jaar, dus bemoei je er niet mee.”

Ze nam nog een slok en zei verder niets. Ik ook niet. Maar ’s nachts telde ik. Vijfentwintig keer tweeënvijftig. Dertienhonderd euro per jaar. Voor mij was dat een bedrag. Voor Linda en haar man Peter, die allebei werkten en in een Audi voorreden, was het een fooi. Maar zij vroegen nergens om. Nick vroeg mij.

Die ochtend van mijn verjaardag was ik vroeg opgestaan. Ik had appeltaart gemaakt volgens het recept van mijn moeder: krenten, walnoten, een laag amandelspijs onder het deksel. Henk zei vroeger dat hij alleen voor die taart al met me getrouwd was. Dan knipoogde hij en voegde er nog twee redenen aan toe. Ik miste die knipoog het meest.

Ik wachtte tot twaalf uur. Linda belde niet. Erik belde niet. Ik stuurde een sms: “Bedankt voor de felicitaties?” Linda reageerde om twee uur: “Mam!!! Gefeliciteerd!!! Helemaal vergeten, we hebben een crisis op het werk. Ik bel vanavond!!!” Erik reageerde helemaal niet.

Eerst was ik op de markt aan de Brink geweest. Voor me in de rij bij de bakker stond een jongen van een jaar of vijftien met zijn oma. Hij vroeg of ze twintig euro kon missen voor een nieuwe koptelefoon. De oma grabbelde in haar portemonnee. Ze betaalde en streek hem even over zijn schouder. De jongen keek alweer op zijn telefoon.

Om zes uur ’s avonds stond de appeltaart te dampen op het aanrecht. Ik had de tafel gedekt met een kleedje van mijn moeder, één bord, één vork. De toren van de Lebuïnus sloeg zes uur. Het geluid kwam door het open raam naar binnen, samen met de geur van de snackbar beneden op de hoek.

Om zes uur twee trilde de telefoon.

“Oma, stuur je €25? Ik betaal terug van zakgeld 😊”

Geen “gefeliciteerd met je verjaardag.” Niets. Alleen die gele smiley.

Ik tikte terug: “Ik ben vandaag jarig. Wist je dat?”

Drie minuten bleef het scherm donker. Toen:

“O sorry oma!! Gefeliciteerd!! 🎂 Stuur je dan?”

Zeven woorden en een taart-emoji. Dat was wat een jaar contact kostte.

Ik betaalde niet. Voor de eerste vrijdag in twaalf maanden. Ik legde de telefoon omgedraaid op tafel, at twee stukken appeltaart met slagroom en keek naar een herhaling van Tussen Kunst en Kitsch.

Zaterdag belde Linda om half tien. Ze begon niet met hoe het met me ging. Ze zei: “Mam, waarom stuur je Nick geen geld? Hij hing huilend aan de lijn.”

“Wist je dat hij me elke vrijdag om vijfentwintig euro vraagt?”

De verbinding kraakte. Of misschien was het haar ademhaling.

“Mam, hij is zestien. Je maakt er een drama van. Hij weet gewoon dat oma niet weigert.”

“Weet hij dat, of wist jij dat?”

Ze hing op. Ik legde de telefoon in het aardewerken bakje naast het koffiezetapparaat en droogde een mes af dat al droog was.

Die zondag stuurde ik Nick: “Ik stuur geen geld meer. Maar ik heb appeltaart. Kom je?”

Hij las het om vier over twaalf. Reageerde niet.

Twee weken. Drie. Vrijdag kwam en ging zonder betaalverzoek. De telefoon bleef donker. Dat was niet de rust die ik kende. Dat was een andere leegte: weten wat contact kost, en wat er overblijft als je ophoudt met betalen.

Op een avond scrolde ik door twaalf maanden berichten. Twaalf maanden “stuur je €25” en twaalf maanden “dankjewel oma”. Ik zocht naar één vraag over mijn knie, één foto van zijn voetbalteam, één berichtje over de kat van de buren. Ik vond niets.

Op dinsdag zette ik koffie en opende de Rabobank-app op de tablet. Ik vulde in: Yara de Wit, het meisje van nummer acht, dat in september aan de verpleegkunde begint. Ze had in april mijn lekkende kraan gerepareerd en er niets voor gevraagd. Bij omschrijving typte ik: “studieboeken”. Het bedrag: €1300.

Precies wat Nick in twaalf maanden had gehad.

Ik drukte op bevestigen en legde een afdruk van de overboeking onder de placemat.

Zondag kwamen Linda en Nick om half twee. Onaangekondigd.

“Mogen we binnenkomen?” vroeg Linda.

Ik deed de deur open. Nick keek naar de vloer, alsof het zeil hem de weg wees.

Ik zette koffie en sneed drie plakken appeltaart. Op tafel lag de afdruk, met het bedrag dik gedrukt.

Linda trok het papier onder de placemat vandaan. Haar vingers gingen naar haar mond.

“Mam, dat is dertienhonderd euro. Aan Yara? Van nummer acht?”

Nick pakte zijn telefoon uit zijn broekzak, alsof hij het bedrag ergens kon terugdraaien.

“Dat was mijn geld,” zei hij.

“Nee,” zei ik. “Het was mijn AOW. Ik heb het elke vrijdag zelf overgemaakt.”

Linda hield de afdruk nog steeds vast. “Je had toch een deel apart kunnen zetten voor zijn rijbewijs.”

Ik schoof haar een bord toe. “Ik heb geen apart potje meer.”

Nick stond op. Linda legde de afdruk neer en pakte haar jas. Ik liep achter ze aan, deed de deur dicht en draaide de sleutel twee keer om.

Terug in de keuken trilde de telefoon weer. Ik keek niet. Ik vouwde de afdruk dubbel, legde hem in de bestekla en zette de ketel op. De hond van de buren blafte naar een fietser op de Snipperlingsdijk. De toren van de Lebuïnus sloeg half drie.

Like this post? Please share to your friends:
Mass Effect
Leave a Reply

;-) :| :x :twisted: :smile: :shock: :sad: :roll: :razz: :oops: :o :mrgreen: :lol: :idea: :grin: :evil: :cry: :cool: :arrow: :???: :?: :!: