„Morgen komen de mannen een lang weekend. Kook wat, maak het huis netjes en zorg dat ze zich welkom voelen,“ zei Daan terwijl hij door zijn telefoon scrolde.
Nora stond in de keuken en werkte aan een marsepeinen grachtenpand voor een jubileumfeest in Haarlem. Kleine ramen, dunne gevels, witte suikerlijntjes — werk waarbij één onvoorzichtige beweging uren kon verpesten.
„Hoeveel mannen?“ vroeg ze.
„Sven, Jeroen en misschien Bas. Twee nachten, hooguit drie. Doe niet alsof ik een ramp aankondig.“
„Ik probeer alleen te begrijpen of je gasten hebt uitgenodigd of personeel hebt ingepland.“
Daan keek eindelijk op.
„Nora, je bent thuis. Je bakt. Je houdt toch van koken? Wat is het probleem?“
„Ik werk thuis. Dat is iets anders dan beschikbaar zijn.“
Hij rolde met zijn ogen.
„Mijn vrienden verwachten gewoon een normaal weekend. Ontbijt, schone bedden, iets warms ’s avonds. Mijn moeder kon dat vroeger ook allemaal.“
Daar was zijn moeder weer. De vrouw die volgens Daan zonder moeite twintig mensen voedde, een huishouden draaide en nooit moe werd. Waarschijnlijk omdat niemand haar ooit had gevraagd of ze moe was.
Nora legde het spuitzakje neer.
„Ik maak vrijdag een maaltijd. Daarna regelen jullie zelf eten en opruimen.“
„Nee,“ zei Daan. „Gasten zijn jouw ding. Zo werkt dat.“
Die avond belde Nora haar vriendin Lotte.
„Als ik morgen ‘grachtenpand’ app, kom je dan?“
„Met wijn of met verhuisdozen?“
„Met de auto.“
De volgende ochtend vond Daan zijn weekendtas, twee koffers, zijn sneakers en zijn opladers keurig bij de voordeur. Ernaast lag een printje van een vakantiepark buiten de stad.
„Wat is dit?“ vroeg hij.
Nora zette koffie in twee kopjes, maar schonk er maar één in.
„Een oplossing. Jij wilde een mannenweekend met ontbijt, beddengoed en service. Dit park heeft dat allemaal.“
„Je kunt me niet zomaar wegsturen.“
„Jij kunt mij niet zomaar inplannen.“
Daan lachte kort.
„Je overdrijft.“
„Nee. Ik heb jaren jouw gemak verward met onze vrede. Dat stopte vannacht.“
Toen zijn vrienden arriveerden, stonden ze ongemakkelijk in de deuropening. Sven keek naar de koffers.
„Daan zei dat jij het leuk vond dat we kwamen.“
Nora keek hem aan.
„Daan hoort vooral wat handig is voor Daan.“
Jeroen pakte zijn telefoon.
„We boeken wel iets. Sorry, Nora. Dit was niet de bedoeling.“
Voor het eerst zag Daan dat zijn vrienden hem niet bewonderden. Ze schaamden zich voor hem.
Hij vertrok boos. Maar hij vertrok.
Nora bracht haar marsepeinen grachtenpand die middag weg. De klant zei dat het leek alsof er licht achter de ramen brandde.
Nora dacht aan haar eigen huis. Aan de stilte. Aan de ruimte op de gang waar de koffers hadden gestaan.
Soms moet je iemand laten vertrekken met zijn bagage, zodat je eindelijk ziet hoeveel ruimte zijn vanzelfsprekendheid innam.
🔥 Lees het vervolg in de reacties en vergeet niet te vertellen of het verhaal aan jullie verwachtingen voldeed.
