De vloer van kantine De Wilgenhof

Ik ben achtenvijftig en poets al elf maanden de vloeren van een kantoor aan de Zuiderparklaan in Zoetermeer. Vier ochtenden per week, halfzeven tot half tien, voordat de eerste collega's binnenkomen en koffie zetten uit dat automaat die altijd naar verbrande bonen ruikt. Het loon is negen euro vijftig per uur, netto iets meer dan achthonderd euro per maand. Mijn dochter zei laatst aan de telefoon: mama, waarom doe je dit jezelf aan.

Vóór de sluiting van de meubelfabriek in Bodegraven werkte ik daar op de administratie, drieëntwintig jaar lang. Loonstrookjes, verlofdagen, de kerstpakketten regelen. Toen kwam het faillissement, en op mijn leeftijd bleek er niemand meer op een boekhoudkundig medewerkster te zitten wachten. Ik heb gesolliciteerd bij een supermarkt, bij een callcenter, bij de thuiszorg zonder diploma — overal hetzelfde verhaal, te oud, te weinig ervaring in het nieuwe systeem, of geen enkele reactie na het gesprek.

Toen zag ik de advertentie van schoonmaakbedrijf Hoeksma op Marktplaats. Een oudere heer nam de telefoon op, vroeg of ik tegen vroeg opstaan kon, en of ik weleens allergisch was voor bepaalde schoonmaakmiddelen. Ik zei nee tegen beide vragen, al lieg ik daar een beetje over de tweede — mijn handen worden rood van de ammonia, maar handschoenen lossen dat op.

Mijn leidinggevende heet Marieke. Zesendertig, kort blond haar, altijd een broodje halfvol beleg dat ze nooit opeet. Ze zei op mijn eerste dag: als u het netjes bijhoudt, kijken we in januari misschien naar een kleine bonus. Ik dacht daar in het begin nog weleens aan, rekende het uit terwijl ik de gangen dweilde — vijftig euro extra zou al schelen bij de energierekening. Sindsdien is het januari geweest en weer voorbij, en de bonus is een woord gebleven dat in de lucht hangt, net als de geur van de citroenreiniger.

Mijn man Ruud vindt het maar niks. Hij zegt: voor dat geld kun je net zo goed thuis blijven, de energierekening bespaar je toch niet met wat jij verdient na de reiskosten. We hebben er ruzie over gehad, aan de keukentafel, met de radio nog aan op NPO Radio 2 en de hond die onder de tafel lag te wachten tot er iets viel. Ik zei tegen hem: negenhonderd euro is geen fortuin, maar het is ook geen niets, en ik wil niet de hele dag naar het plafond staren terwijl jij op de bank naar wielrennen kijkt. Hij zei toen, half grappend, half niet: dan kun je beter dat appartement van je moeder eens gaan bekijken in plaats van hier de vloer te soppen. Ik veegde de kruimels van tafel en zei dat die kwestie met de neef gewoon zo moest blijven, uit respect voor mijn moeder. Ik loog niet eens heel bewust — ik geloofde het op dat moment zelf nog.

Er was een moment, ergens in april, dat het bijna kantelde. Ik was op mijn knieën bezig met een koffievlek onder het bureau van een van de accountmanagers, een jongen van in de dertig met een dure fiets tegen de muur, toen hij binnenkwam, langs me heen liep alsof ik een plant was, en zijn tas op precies de plek gooide waar ik net had gedweild. Geen sorry, geen blik in mijn richting. Ik bleef even zitten met de doek in mijn hand en dacht: dit is het dan, dit is wat er over is van drieëntwintig jaar ervaring.

Die avond thuis vertelde ik het aan mijn zus Corina, die in Alphen aan den Rijn woont en al haar hele leven in de zorg werkt. Zij zei iets dat is blijven hangen: je hoeft jezelf niet klein te maken om dit werk te doen, maar je hoeft het ook niet te romantiseren. Het is werk. Het betaalt de boodschappen bij de Aldi en een deel van de zorgverzekering. Meer hoeft het niet te zijn om de moeite waard te zijn. Toen ik ophing, pakte ik de blauwe map uit de linnenkast, sloeg hem open op de keukentafel en bleef een tijd naar de eerste bladzijde staren — het overlijdensbericht van mijn moeder, elf jaar oud, en daaronder het adres aan de Kleiweg dat ik al die tijd had laten liggen als iets waar ik niet aan wilde komen.

Wat er die avond gebeurde, was dit: ik telde. Achthonderd euro bij Hoeksma, driehonderdvijftig euro huur die de neef betaalde voor een appartement dat gemakkelijk negenhonderd zou opbrengen. Elf jaar had ik dat verschil laten liggen omdat het te veel voelde om aan te raken zolang mijn moeders stem er nog in zat — de gedachte dat zij het zo geregeld had, uit medelijden met de neef, en dat ik daar niet aan mocht tornen. Maar op mijn knieën onder dat bureau die ochtend was er iets losgekomen. Ik legde de map dicht en besloot naar de notaris te gaan, niet uit wrok, meer uit een soort koppige rekenkunde die ik te lang had uitgesteld.

Ik ging naar een notaris in Gouda, nam de erfenispapieren mee in de blauwe map, en liet uitzoeken wat mijn rechten precies waren nu het appartement volledig op mijn naam stond na de boedelverdeling. De notaris, een rustige vrouw van in de vijftig met een plant op haar bureau die duidelijk meer aandacht kreeg dan de meeste cliënten, bevestigde het: ik kon het huurcontract per drie maanden opzeggen en de woning tegen marktprijs opnieuw verhuren, of verkopen.

Ik heb de neef gebeld op een zondagmiddag, terwijl Ruud aan het klussen was in de schuur en niets van het gesprek hoorde. Ik zei het zonder verwijt, gewoon feitelijk: het contract loopt af, ik ga het pand herverhuren tegen de huidige waarde, hij heeft drie maanden om iets anders te vinden. Hij werd stil aan de andere kant, zei toen iets over dat dit toch familie was, dat mijn moeder dit nooit gewild zou hebben. Ik zei dat mijn moeder ook nooit gewild had dat ik op mijn achtenvijftigste op mijn knieën vlekken uit andermans tapijt zou boenen voor negen euro vijftig per uur, en dat de wereld nu eenmaal verandert.

Drie weken later stond hij voor de deur van ons huis in Zoetermeer, boos, met zijn handen in zijn zakken, en vroeg of we dit niet gewoon konden laten zoals het was. Ruud kwam achter me staan in de deuropening, verbaasd dat ik dit al die tijd zonder hem geregeld had. Hij zei niets tegen de neef, maar ik voelde zijn hand even op mijn schouder landen, kort en stevig, alsof hij daarmee zei: ga door, ik sta achter je — iets wat hij aan de keukentafel nooit had uitgesproken. Ik hield de map met de nieuwe huurovereenkomst in mijn hand, al ondertekend door een stel uit Rotterdam dat per één november wilde intrekken, en zei tegen de neef dat de sleuteloverdracht op de vijfentwintigste zou plaatsvinden, zoals afgesproken met de notaris.

De volgende ochtend stond ik weer om halfzeven bij Hoeksma, met mijn handschoenen aan tegen de ammonia, en dweilde de gang langs het bureau van de accountmanager met de dure fiets. Marieke kwam langs met haar broodje halfvol beleg, keek naar de vloer en zei dat hij er weer piekfijn bij lag. Ik zei dat ik het appartement van mijn moeder eindelijk had losgelaten van de neef, en voor het eerst in maanden vroeg ze niet naar de bonus maar naar hoe dat appartement er eigenlijk uitzag. Ik vertelde het haar terwijl ik de emmer omspoelde in het gootsteentje van het schoonmaakhok, en zij luisterde, met dat broodje nog steeds onaangeraakt in haar hand.

Like this post? Please share to your friends:
Mass Effect
Leave a Reply

;-) :| :x :twisted: :smile: :shock: :sad: :roll: :razz: :oops: :o :mrgreen: :lol: :idea: :grin: :evil: :cry: :cool: :arrow: :???: :?: :!: