# De zanger van de Gobi

De eerste keer dat ik een kameel zag huilen, stond ik er twintig centimeter vanaf.

De wind over de Gobi klinkt hetzelfde als de branding van een verre zee, een geluid dat je nooit meer vergeet. Ik was vijftien en rende weg van mijn oom die al drie dagen in de familiejurte morin khuur speelde omdat zijn oudste dochter naar de stad vertrok. Hij speelde één noot, één enkele lange noot, en de kameel die tegenover ons stond, een jonge moeder van acht, liet haar kop zakken.

Tranen. Echte, dikke tranen over haar snuit.

Oom Batbayar stopte met spelen en keek me aan. "Zie je, Munkhbat? Muziek is geen geluid. Het is een deur." Ik was vijftien en ik vond hem een dromer. Ik ben nu veertig en ik weet dat hij gelijk had.

Het ritueel heet khööslökh. Het is zo oud dat niemand precies weet wanneer het begon. Een moederkameel verstoot haar kalf. Soms na een zware geboorte, soms door uitputting, soms zonder duidelijke reden. De herder haalt er een zanger bij en die zingt. Een melodie, geen lied met woorden, maar een toon die ergens begint waar taal ophoudt.

De moeder luistert. De moeder weent. En dan, na minuten die uren lijken, doet ze het enige dat telt: ze laat haar kalf drinken.

Als dat één keer lukt, vergeet je het nooit meer. Ik heb het inmiddels drieënzeventig keer zien gebeuren, en de laatste keer staat nog naglans in mijn borstkas, zoals een litteken dat je koestert.

Die keer was in het voorjaar. Zandstormen, kou 's nachts en overdag een zon die alles bleekt. Ik was bij de familie Altantsetseg in Ömnögovi, een tent die je alleen vindt als iemand je erheen brengt. Hun kameel had een kalf geworpen na zestien uur. Het jong lag apathisch in het zand en de moeder weigerde hem. Ze liep weg, ging liggen, stond weer op, trapte naar de kleine wanneer die dichterbij kwam.

De dochter van de familie, zeg twaalf jaar oud, zat op haar hurken bij het kalf. Ze had een doek om haar hoofd gewikkeld tegen de zon. Toen ik aankwam, keek ze niet op.

"Hij heet Tsagaan," zei ze. "Witje."

Het kalf was inderdaad bijna wit, zeldzaam en mooi. En het was stervende.

De vader van Altantsetseg deed wat de vader van Altantsetseg al dertig jaar doet. Hij haalde zijn morin khuur. Hij stemde de snaren terwijl hij naar de moeder keek, niet naar het instrument. Hij kent de dieren, maar hij kent ook de stilte die voor de noot nodig is.

Hij begon.

Het eerste geluid was laag, bijna deel van de wind. De moeder stopte met trappelen en draaide haar kop, een klein, wantrouwend gebaar. De man zong niet. Hij speelde en neuriede tegelijk, een klank die als water door dorre aarde trekt.

Het duurde lang. Ik weet niet hoelang precies; tijd werkt anders wanneer er niets anders is dan één mens, twee kamelen en een lied. Het kalf blaatte, zwak, een geluid dat meer op een zucht lijkt. En de moeder kwam dichterbij. Eén stap. Nog één.

De dochter zat er nog steeds twaalf jaar oud en tegelijk volwassen en ze zei, half tegen mij, half tegen Witje: "Straks drink je. Ik heb het beloofd."

De moeder stond nu bijna boven het kalf. Haar oren trilden. Het lied liep naar zijn einde, niet omdat het eindigde, maar omdat het terugkeerde naar dezelfde toon waarmee het begonnen was. Toen gebeurde het. Dat wat wij niet kunnen uitleggen, kunnen ze wel in het register van UNESCO zetten: immaterieel erfgoed, cultuur die beschermd moet worden omdat woorden tekortschieten.

De kameel weende.

Geen geluid. Alleen tranen, traag en onafwendbaar, tot ze van haar snuit vielen in het zand. Daarna liet ze haar kop zakken, helemaal, en duwde haar neus tegen de flank van het jong.

Het kalf zocht. Vond. Dronk.

De dochter keek naar de vader. De vader stopte met spelen. Hij zei niets. In zulke families wordt niet geapplaudisseerd; er wordt ademgehaald.

Later zat ik bij de deur van de tent. De zon zette de horizon in brand. Het meisje kwam naast me zitten en gaf me een kop gezouten melkthee. Daar in de Gobi drink je die zoals elders mensen een glas water nemen, automatisch, zonder erover na te denken.

"Waarom huilt de moeder?" vroeg ze.

Ik had een antwoord kunnen geven. Hersenen, hormonen, ritme, resonantie, wat een veearts in Ulaanbaatar me ooit had uitgelegd. Maar naast een kind dat net haar kalf heeft zien redden, leek dat antwoord op een leugen.

"Omdat ze zich herinnert," zei ik.

Ze knikte alsof ze dat altijd al had geweten.

De volgende ochtend, voordat de hitte kwam, zadelde ik mijn paard. Het kalf stond naast de moeder en de moeder droeg haar kop met dat vertrouwen dat alleen een beest heeft dat haar baby weer aanvaard heeft.

Ik ben sindsdien nog vaak in Ömnögovi geweest, de laatste keer voor een bruiloft. De dochter van Altantsetseg is nu drieëntwintig, een jonge vrouw met een zoon van vier. Ze herkende me onmiddellijk.

"Witje heeft net zelf een kalf gekregen," zei ze. "Ze verstootte hem niet."

Ik dacht aan die ene lange noot van mijn oom, aan de tranen op een snuit, aan de drieënzeventig rituelen die ik in mijn leven heb mogen horen.

"Mooi," zei ik.

Meer viel er niet te zeggen. Maar ik hoorde, heel in de verte, de eerste wind van de avond, en het leek op het begin van een lied.

Like this post? Please share to your friends:
Mass Effect
Leave a Reply

;-) :| :x :twisted: :smile: :shock: :sad: :roll: :razz: :oops: :o :mrgreen: :lol: :idea: :grin: :evil: :cry: :cool: :arrow: :???: :?: :!: