Herman kwam terug van de jacht met een gezicht alsof hij onderweg ruzie had gemaakt met de hele wereld

Herman kwam terug van de jacht met een gezicht alsof hij onderweg ruzie had gemaakt met de hele wereld.
Zijn laarzen schopte hij uit in de hal. Zijn jas belandde naast de kapstok. In de keuken sloeg hij kastdeurtjes dicht.
Saskia zat in de woonkamer.
De roodbruine hond Moppie lag tegen haar voeten. Zodra hij Herman hoorde, trok hij zijn oren naar achteren en maakte zich klein.
Herman bleef in de deuropening staan.
‘Die hond gaat weg.’
Saskia keek op.
‘Waarom?’
‘Omdat hij nergens voor deugt. Ik train hem al maanden. Een eend valt en hij blijft zitten. Er rent wild voorbij en hij kijkt de andere kant op. Ik neem hem nog één keer mee naar Kees. Wil die hem niet, dan zet ik hem ergens af.’
Moppie schoof dichter tegen Saskia aan.
‘Je zet hem ergens af?’
‘Ja. Ik blijf geen nutteloos beest voeren.’
Saskia legde haar telefoon neer.
Ze liep naar boven, haalde een grote koffer uit de kast en begon Hermans spullen in te pakken.
Overhemden. Broeken. Sokken. Ondergoed. Scheerapparaat. Medicijnen.
Herman kwam achter haar aan.
‘Wat doe jij?’
‘Ik pak je koffer.’
‘Waarom?’
‘Omdat je zei dat we ons van het nutteloze moesten ontdoen.’
‘Dit is belachelijk.’
‘Dat dacht ik ook toen je zei dat je een hond langs de weg zou achterlaten.’
Herman ging op het bed zitten.
‘Dus je kiest een hond boven je man.’
‘Nee. Ik kies ervoor niet samen te leven met iemand die liefde verwart met bruikbaarheid.’
‘Ik onderhoud dit hele huis.’
‘Je betaalt ervoor. Dat is niet hetzelfde.’
Herman keek haar boos aan.
Saskia wees naar Moppie.
‘Hij jaagt niet. Maar hij merkt wanneer ik verdrietig ben. Toen mijn zus ziek was, bleef hij iedere nacht bij mij. Wanneer ik thuiskom, is hij blij omdat ik er ben.’
‘Hij is een dier.’
‘En toch kijkt hij beter naar mij dan jij.’
Herman wilde reageren, maar Saskia ging verder.
‘Jij komt thuis en zet de televisie aan. Je vraagt alleen iets wanneer je eten wilt of wanneer er een rekening ligt. Wanneer heb jij voor het laatst gezegd dat je blij was mij te zien?’
Herman zweeg.
‘Niet blij omdat ik gekookt had. Blij om mij.’
‘Wij zijn toch geen tieners meer.’
‘Nee. Maar dat betekent niet dat een huwelijk alleen uit hypotheek, boodschappen en stilte hoeft te bestaan.’
Ze deed de koffer dicht.
‘Ga een tijdje naar je broer.’
Herman vertrok die avond.
De eerste dagen bleef hij overtuigd dat Saskia overdreef. Hij vertelde zijn broer dat ze hem vanwege een hond had weggestuurd.
Zijn broer vroeg:
‘Was je echt van plan hem ergens af te zetten?’
Herman mompelde iets over woede.
‘Dan gaat het dus niet om de hond,’ zei zijn broer. ‘Dan gaat het om wie jij wordt wanneer iets niet doet wat jij wilt.’
Die zin bleef hangen.
Herman nam contact op met een hondengedragsdeskundige. Die legde uit dat Moppie een sterke angst voor harde knallen had en nooit geschikt zou zijn voor de jacht.
‘Maar hij heeft een uitstekende neus,’ zei ze. ‘U hebt alleen nooit gekeken naar wat hij wél kan.’
Herman schaamde zich.
Hij kwam na drie weken naar huis, maar Saskia liet hem niet meteen binnen.
‘Ik wil sorry zeggen.’
‘Omdat je terug wilt?’
‘Ook als je mij niet terugneemt.’
Hij begon therapie. Stopte voorlopig met jagen. Ging met Moppie speurtraining doen.
De hond bleek goed in het vinden van vermiste dieren.
Op een winteravond ontsnapte een oude labrador uit de buurt. Moppie volgde het spoor tot een verlaten schuurtje.
De eigenares huilde toen ze haar hond terugkreeg.
Herman keek naar Moppie.
‘Ik wilde jou wegdoen omdat je geen eend bracht.’
Saskia hoorde het.
‘Je zag alleen wat hij niet was.’
‘Dat deed ik bij jou ook.’
Het duurde tien maanden voordat Herman terugkwam.
In die tijd veranderde hij langzaam. Niet alleen tegenover de hond.
Hij belde Saskia zonder iets nodig te hebben. Luisterde wanneer zij vertelde. Liet haar zinnen afmaken.
Op een avond zaten ze samen aan tafel.
Moppie lag met zijn kop op Hermans voet.
‘Denk je dat hij mij vertrouwt?’ vroeg Herman.
‘Een beetje.’
‘En jij?’
Saskia dacht na.
‘Ook een beetje.’
Herman knikte.
‘Dan zal ik dat niet meer als vanzelfsprekend behandelen.’
Hij had altijd gedacht dat een goede hond een hond was die gehoorzaamde en presteerde.
En dat een goed huwelijk betekende dat alles thuis bleef functioneren.
Moppie leerde hem iets anders.
Een levend wezen is geen gereedschap.
Wie alleen blijft zolang hij nuttig is, heeft nooit een thuis gehad.
🥰 Het vervolg van het verhaal staat in de reacties. Deel na het lezen je gevoelens en gedachten.

Like this post? Please share to your friends:
Mass Effect
Leave a Reply

;-) :| :x :twisted: :smile: :shock: :sad: :roll: :razz: :oops: :o :mrgreen: :lol: :idea: :grin: :evil: :cry: :cool: :arrow: :???: :?: :!: