Lotte had net een fles wijn opengetrokken en wilde eindelijk die Zweedse serie kijken waar iedereen al maanden over praatte. Dinsdagavond, kwart over negen. Haar avond. Haar bank. Haar serie. Toen hoorde ze de sleutel in het slot.
Daar stond Thomas, met achter zich de tweeling van zes: Maarten en Ruben. Allebei met een rugzakje dat groter leek dan zijzelf. Thomas droeg twee weekendtassen en een kartonnen doos met een half ingedeukt modelvliegtuigje er bovenop.
Lotte zette haar glas neer. "Thomas. Wat is dit?"
"We moeten even praten," zei hij, terwijl hij de tassen in de gang liet vallen. De tweeling keek naar de grond. Maarten friemelde aan de rits van zijn rugzak.
"Het is dinsdag," zei Lotte. "De kinderen zijn hier om het weekend. We hadden een afspraak. Een duidelijke afspraak."
Thomas liep langs haar heen de woonkamer in en gebaarde naar de jongens dat ze naar binnen mochten. "Ga maar even op de bank zitten, jongens. Kijk maar of er iets leuks op tv is."
Lotte bleef in de deuropening staan. "Je stelt me niet voor een voldongen feit. Niet in mijn huis."
"Ons huis," zei Thomas.
Zijn stem klonk vermoeid. Alsof hij al drie dagen niet had geslapen en de vierde dag ook geen hoop meer had.
Lotte vouwde haar armen over elkaar. "De akte bij de notaris zegt iets anders, Thomas. Dit appartement stond al op mijn naam voordat wij elkaar kenden. De hypotheek komt van mijn rekening. De gasrekening, de waterrekening, de boodschappen voor de kinderen als ze hier zijn — allemaal van mijn rekening. Dus alsjeblieft, ga me niet vertellen dat dit 'ons' huis is."
"Het is tijdelijk," zei hij. "Een paar weken, hooguit. Sandra heeft… problemen."
"Wat voor problemen?"
Thomas wreef over zijn achterhoofd. Hij keek naar de televisie, waar een of ander kookprogramma stond te spelen zonder geluid. "Ze kan even niet voor de jongens zorgen. Het is ingewikkeld."
"Dan maak ik het graag simpel," zei Lotte. "Wat is er aan de hand met Sandra, en waarom vertel je me dat nu pas, terwijl je twee tassen en twee kinderen over de drempel hebt gesleept?"
De tweeling zat op de bank en staarde naar het stille scherm. Ruben had zijn duim in zijn mond, iets wat hij al twee jaar niet meer deed. Maarten tekende met zijn vinger cirkels op de bankbekleding.
Thomas zuchtte. "Sandra heeft een nieuwe vriend. Hij wil geen kinderen in huis. Dus ze moeten tijdelijk ergens anders slapen."
Lotte voelde iets kouds in haar maag zakken. "Haar vriend wil geen kinderen in huis, en daarom moeten ze bij ons wonen? Bij mij? En Sandra? Wat doet Sandra?"
"Ze zoekt een oplossing."
"Ze zoekt een oplossing," herhaalde Lotte. "Geweldig. En wij zijn de oplossing."
"Het is tijdelijk."
"Dat zei je al. Je zegt steeds hetzelfde woord, alsof het een spreuk is die mij moet laten verdwijnen." Ze liep naar de keuken en pakte haar telefoon. "Weet je moeder hiervan?"
Thomas verstijfde. "Waarom bel je mijn moeder?"
"Omdat jouw moeder de enige persoon in jouw familie is die ik vertrouw." Ze scrolde door haar contacten. "Hé, Anneke. Met Lotte. Sorry dat ik zo laat nog bel."
De stem van haar schoonmoeder klonk helder door de speaker. "Lotte, meisje, alles goed?"
"Niet echt. Thomas is hier. Met de jongens. Twee tassen, een doos, en een verhaal over 'tijdelijk'. Hij zegt dat Sandra's nieuwe vriend geen kinderen wil. Weet u daar iets van?"
Een lange stilte. Toen: "Wat?"
"U wist het niet."
"Nee! Ik wist hier niets van. Thomas! Thomas, ben je daar? Wat is dit voor onzin? Waar is Sandra?"
Lotte hield de telefoon in Thomas' richting. Hij staarde ernaar alsof het een giftige slang was.
"Thomas?" riep zijn moeder. "Geef antwoord!"
"Hij geeft even geen antwoord," zei Lotte. "Hij kijkt naar de vloer alsof daar de oplossing ligt geschreven."
"Lotte, meid, ik kom morgen langs. We lossen dit op."
"Dank u, Anneke. Het is laat, ik ga de jongens naar bed brengen. We bellen morgen."
Ze hing op en stopte haar telefoon in haar zak. Thomas keek naar haar op, zijn gezicht bleek en ingevallen.
"Waarom doe je dit?" vroeg hij.
"Waarom ik dit doe? Waarom breng jij je kinderen midden in de nacht naar mijn huis zonder iets te zeggen? Waarom weet je eigen moeder van niets? Waarom kan Sandra's vriend gewoon zeggen 'ik wil die kinderen niet' en is dat blijkbaar genoeg reden om ze te dumpen bij een vrouw die niet eens hun moeder is?"
"Jij bent mijn vrouw."
"Klopt. Maar ik ben niet de moeder van jouw kinderen. Dat is Sandra. En als Sandra beslist dat haar nieuwe vriend belangrijker is dan haar eigen zoons, dan heeft Sandra een probleem. Niet ik."
Thomas stond op van de bank. "Je begrijpt het niet."
"Leg het me dan uit. Leg me uit waar Sandra is op dit moment. Leg me uit waarom jij vorige week zaterdag niet bij je moeder was toen ik haar belde, terwijl jij zei dat je daar ging eten. Leg me uit waarom je telefoon steeds op stil staat als je 'bij een vriend' bent."
De stilte in de kamer was zwaar als beton.
"Dat kan je niet, hè?" zei Lotte.
De tweeling zat nog steeds roerloos op de bank. Maarten had opgehouden met cirkels tekenen. Ruben had zijn duim uit zijn mond gehaald. Allebei keken ze naar hun vader met grote ogen die veel te veel begrepen voor zesjarigen.
Lotte knielde voor hen neer. "Jongens, zullen we jullie bed opmaken in de logeerkamer? Er ligt een Donald Duck en een doos kleurpotloden. Morgenochtend bak ik pannenkoeken."
Maarten knikte. Ruben deed hetzelfde. Lotte pakte hun handen en bracht ze naar de kamer aan het einde van de gang.
Toen ze terugkwam in de woonkamer, stond Thomas bij het raam. Hij had zijn jas nog aan.
"Ik ga weg," zei hij.
"Waarheen?"
"Naar Sandra. We moeten praten."
"Natuurlijk. Ga praten met Sandra. Om half elf 's avonds. Dat is vast een dringend gesprek."
"Lotte, het is niet wat je denkt."
"Weet je, Thomas, het grappige is dat ik niet eens hoef te bedenken wat het wél is. Morgen ontbijten, dan vertrek ik. De jongens blijven hier. Met mij. Jij mag ondertussen uitzoeken wat jouw prioriteiten zijn. En als je terugkomt, hebben we een gesprek. Eén gesprek. En daarna neem ik een beslissing."
Thomas opende zijn mond alsof hij iets wilde zeggen, maar er kwam niets uit. Hij liep naar de gang, griste zijn autosleutels van het tafeltje, en vertrok.
Lotte wachtte tot ze de motor van zijn Volkswagen beneden hoorde starten en wegrijden. Toen pakte ze haar telefoon en belde haar beste vriendin.
"Mara? Sorry dat ik je wakker bel. Kan jij morgenvroeg hier zijn? Om half acht? Ik moet ergens heen, en de tweeling is hier. Lang verhaal. Ja. Dank je."
De volgende ochtend, om vijf over half acht, zat Lotte in haar Mini Cooper, op weg naar een adres dat ze nooit had willen weten. Ze had het vannacht opgezocht, ergens tussen wakker liggen en naar het plafond staren.
Utrecht-Noord. Een straat met jaren-dertig woningen en nette voortuintjes. Nummer achtenveertig.
Ze parkeerde een paar huizen verderop en wachtte. Het duurde niet lang. Om kwart voor acht ging de voordeur open. Thomas stapte naar buiten, een broodtrommeltje in zijn hand, en liep naar zijn auto die een paar meter verderop stond. Zijn auto, die hier dus blijkbaar de hele nacht had gestaan.
Achter hem, in de deuropening, stond Sandra. In haar ochtendjas. Ze zwaaide. Thomas zwaaide terug en stapte in.
Lotte startte haar Mini en reed langzaam weg voordat hij haar kon zien. Ze had genoeg gezien. Meer dan genoeg.
Thuis trof ze Mara aan, die met de tweeling pannenkoeken zat te eten. Maarten had een snor van poedersuiker op zijn bovenlip. Ruben doopte zijn pannenkoek in een glas melk.
"Mara, kun jij nog een uurtje blijven? Ik moet iets regelen."
"Natuurlijk. Gaat het?"
"Prima. Het gaat prima."
Lotte liep naar de slaapkamer en pakte de twee weekendtassen van Thomas uit de kast. Ze voegde er een derde tas aan toe met de kleren die hij de afgelopen maanden in haar kast had laten slingeren. Zijn sportschoenen. Zijn laptop. Het ingelijste fotootje van hem en zijn vader op Schiphol. Zijn scheerspullen uit de badkamer. Het klokje dat altijd vijf minuten achterliep en waar ze zich elke ochtend aan ergerde.
Ze zette alles in de gang en belde een koeriersdienst.
"Ja, hallo. Ik heb een bezorgopdracht. Drie tassen en een doos, ophalen in Utrecht-Zuid. Bezorgen in Utrecht-Noord. Vanmiddag nog graag. Het adres? Waar het naartoe moet? Ogenblikje."
Ze pakte haar telefoon en opende Google Maps. Nummer achtenveertig, linde-allee of zoiets. Eikelaan. Zo heette het. Totaal niet toepasselijk.
"Eikelaan achtenveertig. Op naam van Sandra Vermeulen. Ja, zet maar gewoon voor de deur neer als er niemand open doet. Dat is geen probleem."
Daarna belde ze een slotenmaker. Die kon er over een uur zijn. Nieuwe cilinder, nieuwe sleutels. Twee stuks. Eén voor haar, één reserve in het keukenkastje.
Terwijl ze wachtte, belde ze Anneke.
"Hij is daar," zei Lotte. "Bij Sandra. Hij heeft er de hele nacht gezeten en vanochtend kwam hij naar buiten met zijn broodtrommeltje alsof het de normaalste zaak van de wereld was."
Anneke was even stil. Toen: "Weet je het zeker?"
"Met mijn eigen ogen."
"O, Lotte. Kind."
"Ik heb zijn spullen laten ophalen. De sloten worden vervangen. De jongens zijn bij Mara en ze zijn veilig. Ik wilde alleen dat u het wist, voordat hij u belt en een ander verhaal ophangt."
"Welk verhaal zou hij kunnen ophangen? Dat jij onredelijk bent? Dat het allemaal een misverstand is?"
"Zoiets."
"Lotte, de tweeling…"
"Ik weet het. Maar ik kan niet de moeder zijn voor twee kinderen wiens echte vader en moeder het te druk hebben met elkaar om te zien wat er met hun zoons gebeurt. Dat klinkt hard. Het is ook hard. Maar de tweeling zijn niet mijn verantwoordelijkheid. Dat wilde Thomas niet toen we trouwden. De afspraak was: elk weekend hier, en daarmee uit."
"Hij heeft je belazerd."
"Ja. Dat heeft hij."
Anneke zuchtte diep. "Weet je, toen hij klein was, was hij precies hetzelfde. Altijd de makkelijke weg. Altijd liegen als de waarheid te lastig was. Ik dacht dat hij veranderd was. Voor jou."
Lotte keek naar de lege plek waar Thomas' racefiets tegen de muur had gestaan. Er zat nog een zwarte veeg van de band.
"Hij dacht dat hij ermee weg zou komen," zei Lotte. "Omdat ik altijd alles oplos. Omdat ik nooit moeilijk doe. En weet u wat het stomme is, Anneke? Hij had bijna gelijk. Als hij het me gewoon had verteld — dat Sandra in de problemen zat, dat de tweeling een plek nodig had — dan had ik daarover nagedacht. Dan hadden we kunnen praten. Maar hij deed het stiekem. En stiekem, dat is geen huwelijk. Dat is een spelletje waar ik niet aan meedoe."
De koeriersdienst kwam om elf uur. Twee mannen in blauwe polo's sjouwden de tassen naar buiten. Een derde tilde de doos met het modelvliegtuigje op. Het vleugeltje brak er bijna af.
Om half twaalf was de slotenmaker klaar. Lotte betaalde contant en stak de nieuwe sleutels in haar zak. Eén voor haar, één reserve in het keukenkastje.
Mara was met de kinderen naar de speeltuin gegaan. Het huis was leeg en stil.
Lotte ging op de bank zitten en keek naar de muur waar Thomas' fotolijstjes hadden gehangen. Haakjes en lichte rechthoeken op het behang. Ze voelde niets. Dat was misschien wel het ergste. Geen verdriet. Geen woede. Gewoon een grote, stille leegte waar haar huwelijk had gezeten.
Haar telefoon ging over. Onbekend nummer. Ze zette hem op stil. Twee minuten later ging hij weer. Weer een ander nummer. Ze nam op.
"Met Sandra Vermeulen. Wat denk jij wel niet, dat je zomaar zijn tassen…"
"Hallo Sandra," zei Lotte. "Leuk dat je belt. Ik heb je naam net met pen op de dozen geschreven. Hoofdletters. Zodat de buren het ook goed konden lezen."
"Je bent niet goed wijs! Wat moet ik tegen mijn vriend zeggen als hij thuiskomt en er staan allemaal spullen van Thomas voor de deur?"
"Dat lijkt me jouw probleem. Het was tenslotte jouw keuze om met mijn man naar bed te gaan terwijl jouw kinderen bij mij op de bank zaten."
"Dat is niet… Het is niet wat je denkt!"
"Het is precies wat ik denk," zei Lotte rustig. "Ik heb hem vanochtend naar buiten zien komen. Jij stond in je ochtendjas te zwaaien. Heel romantisch. Net een reclame voor wasverzachter. Alleen jammer dat je twee zoons van zes hebt die intussen door een vreemde pannenkoeken gevoerd krijgen."
Sandra zweeg.
"Weet je vriend hier eigenlijk van?" vroeg Lotte. "Die man die zo nodig geen kinderen wilde? Weet hij dat jij je zoons dumpt om tijd te hebben met je ex-man, die toevallig míjn man is? Zal ik het hem vertellen? Wat was zijn naam ook alweer?"
"Niet doen," zei Sandra zacht.
"Waarom niet? Hij lijkt me een praktisch ingesteld persoon. Houdt niet van kinderen. Houdt wel van overzichtelijke situaties. Dit is een overzichtelijke situatie. Jij, Thomas, geen kinderen. Perfect plaatje."
"Ik smeek je…"
"Smeken werkt niet bij mij, Sandra. Ik ben boekhouder. Ik hou van feiten, cijfers en controle. Jij en Thomas hebben geen van drieën. Gefeliciteerd, trouwens. Je hebt een man zonder huis, zonder spullen, en binnenkort zonder geld. Hij woont nu bij jou, neem ik aan? Gezellig. Veel plezier met de tweeling als die weer eens bij jullie zijn. O wacht, dat zijn ze niet. Want jouw vriend wil dat niet. En ik ben de oppas niet meer."
Ze verbrak de verbinding voordat Sandra iets terug kon zeggen.
Een half uur later belde Thomas.
"Lotte, wat heb je gedaan?"
"Ik heb duidelijkheid gecreëerd, Thomas. Jij woont nu waar je hart ligt. Bij Sandra. Gefeliciteerd."
"Je kan niet zomaar…"
"Jawel. Dat heb ik gedaan. Het appartement staat op mijn naam. Jij bent niet de eigenaar, niet de huurder, niet eens de medebewoner op papier. Je hebt hier geen recht op. Je had alleen mijn vertrouwen. En dat heb je verspeeld."
"Mijn spullen…"
"Staan voor Sandra's deur. Of ze het leuk vindt of niet."
"De jongens…"
"Zijn bij Anneke. Ik heb haar gebeld. Ze haalt ze op van Mara en brengt ze vanmiddag naar jou. Naar Sandra. Naar waar jij ook uithangt tegenwoordig."
Er viel een stilte. Toen begon Thomas te huilen.
"Het spijt me," zei hij. Zijn stem klonk gebroken, klein, als een jongen die zijn huiswerk niet had gemaakt en betrapt was. "Het liep uit de hand. Het was eerst alleen maar praten. Over de kinderen. Over vroeger. En toen… ik weet niet wat er gebeurde."
"Dat weet je wel. Je wilde het gewoon. En je dacht dat je ermee wegkwam omdat Lotte alles wel slikt. Lotte is redelijk. Lotte is lief. Lotte zorgt voor de tweeling terwijl jij het bed induikt met je ex."
"Ik hou van je."
"Nee. Je hield van het gemak. Van het huis. Van het feit dat ik nooit vragen stelde als jij 'naar een vriend' ging. Je hield van de pannenkoeken op zaterdagochtend die je niet zelf hoefde te bakken."
"Wat moet ik nu?"
"Dat moet jij weten. Ik ben je vrouw niet meer. Formeel nog wel, dat regel ik volgende week via de rechtbank. Maar in de praktijk is het voorbij. Je hebt een dak boven je hoofd bij Sandra. Je hebt een moeder die ondanks alles van je houdt. Je hebt twee zoons die je vader noemen en niet begrijpen waarom ze steeds van huis wisselen. Misschien moet je je daar eens op focussen."
"En jij?"
"En ik? Ik ga vanavond die Zweedse serie kijken. Eindelijk. Zonder onderbreking. En daarna ga ik slapen in een bed waar geen leugens meer onder liggen. Dat klinkt misschien eenzaam, maar weet je? Het klinkt vooral rustig."
Lotte hing op en blokkeerde zijn nummer. Daarna blokkeerde ze Sandra's nummer, en elk ander nummer dat haar de komende uren probeerde te bellen.
Tegen de avond stuurde Anneke een berichtje.
_Kinderen zijn hier. Ze vragen naar je. Mag ik ze zeggen dat je een keer op bezoek komt?_
Lotte dacht lang na voordat ze antwoordde.
_Geef me een maand. Ik moet eerst dit hoofdstuk afsluiten. Daarna kom ik graag. Voor hen._
Anneke stuurde een duim omhoog en een rood hartje.
Lotte schonk een glas wijn in, ging op de bank zitten, en startte de serie. Het regende zachtjes tegen het raam. De straatlantaarns wierpen oranje vlekken op het natte asfalt. In de keuken stond nog een half pak pannenkoekenmix dat ze vanochtend niet had opgemaakt.
Ze zette het geluid harder en nam een slok. Ergens in Utrecht-Noord zat Thomas nu waarschijnlijk uit te leggen aan Sandra's vriend waarom zijn spullen voor de deur stonden. Ergens in een rijtjeshuis vertelde Sandra dat het allemaal heel anders was dan het leek. En ergens in een flat aan de andere kant van de stad zaten twee jongetjes van zes met een Donald Duck en een doos kleurpotloden, wachtend tot iemand zei waar ze nu weer heen moesten.
Dat was de wereld van Thomas en Sandra. Een wereld van tassen in- en uitpakken, van smoesjes, van gebroken afspraken en halfbakken waarheden.
Lotte had die wereld uitgezet. Als een slechte serie waar je halverwege seizoen twee mee stopte omdat het plot nergens meer op sloeg.
Ze zapte naar het volgende kanaal.
